Traumatologie en breukbehandeling
Een breuk of zwaar letsel komt vaak op een onverwacht moment: een val van de trap, een ski-ongeval, een aanrijding met de fiets of een verkeerde landing tijdens het sporten. Plots is er hevige pijn, zwelling of een ledemaat dat niet meer normaal beweegt. Soms is het meteen duidelijk dat er iets gebroken is, soms twijfel je of het "gewoon" een verstuiking is. Hoe je het ook hebt opgelopen, een vermoeden van een breuk of ernstig letsel verdient snel onderzoek — een onbehandelde fractuur kan leiden tot blijvende stijfheid, scheefgroei of artrose op latere leeftijd.
Op deze pagina lees je welke trauma-letsels we het meest zien, wanneer je dringend een arts of spoeddienst moet bezoeken, welke onderzoeken we uitvoeren en hoe je je goed voorbereidt op je raadpleging bij Orthopedie Turnhout.
Veelvoorkomende klachten
Traumatologie omvat alle acute letsels van het houdings- en bewegingsapparaat — van schouder tot teen. De ploeg van Orthopedie Turnhout behandelt jaarlijks honderden patiënten met onderstaande letsels. Klik door voor een uitgebreide patiëntenuitleg per aandoening.
Schouder en sleutelbeen
- Schouderbreuk: breuk van het bovenste deel van het opperarmbeen, vaak na een val op de schouder.
- Gebroken sleutelbeen: breuk van het bot tussen schouder en borstbeen, klassiek bij fiets- of motorongevallen.
- Schouder uit de kom (schouderluxatie): schouder die uit de kom schiet na een val of contactsport.
- AC-luxatie (schoudertop uit de kom): schoudertop uit de kom, vaak na een directe val op de schouder.
Arm en elleboog
- Gebroken bovenarm (humerusfractuur): breuk van het opperarmbeen.
- Elleboogpuntbreuk (olecranonfractuur): breuk van het puntje van de elleboog, vaak na een val op de gestrekte arm.
- Breuk van het elleboogkopje (radiuskopfractuur): breuk van het kopje van het spaakbeen.
- Elleboogbreuk bij kinderen (supracondylaire elleboogfractuur): specifieke elleboogbreuk bij kinderen na een val.
- Onderarmbreuk (Monteggia, Galeazzi): combinatiebreuken van spaak- en ellepijp.
Pols, hand en vingers
- Polsbreuk (distale radiusfractuur): de meest voorkomende breuk — typisch na een val op de uitgestrekte hand.
- Scaphoidbreuk (breuk in polsbeentje): breuk in een klein polsbeentje, gemakkelijk gemist op een gewone foto.
- Gescheurde polsband (SL-ruptuur): gescheurde polsband, vaak na een verdraaiing.
- Boksersfractuur (gebroken handknokkel): gebroken handknokkel na een vuistslag of stoot.
- Vingerbreuk: breuk van één van de vingerkootjes.
- Skiduim: gescheurde duimband na sport (ski, fietsongeval).
- Hamervinger (mallet finger): gescheurde strekpees ter hoogte van het vingertopje.
- Peesletsels van de hand: scheuren van flexor- of strekpezen in vingers en hand.
Bekken, heup en bovenbeen
- Gebroken heup (heupfractuur): vaak na een val bij oudere patiënten of een hoog-energetisch trauma.
- Breuk rond kunstheup (periprothetische heupfractuur): breuk in of rond een bestaande heupprothese.
- Bekkenbreuk: meestal na een zwaar trauma (val van hoogte, ongeval).
- Dijbeenbreuk (femurfractuur): breuk van het dijbeen.
Knie en knieschijf
- Kniebreuk boven de knie (supracondylaire femurfractuur): breuk net boven de knie.
- Scheenbeenkopbreuk (tibiaplateaufractuur): breuk van het bovenste deel van het scheenbeen.
- Gebroken knieschijf (patellafractuur): vaak na een directe val op de knie of een auto-ongeval.
- Gescheurde kniepees: scheur in de pees boven of onder de knieschijf.
- Breuk rond kunstknie (periprothetische kniefractuur): breuk in of rond een knieprothese.
Onderbeen, enkel en voet
- Onderbeenbreuk: breuk van scheenbeen, kuitbeen of beide.
- Enkelbreuk: de klassieke enkelbreuk na verdraaiing.
- Pilonfractuur (zware enkelbreuk): zware enkelbreuk met letsel aan het gewrichtsoppervlak.
- Verstuikte enkel (enkeldistorsie): uit de kom of overrekt gewrichtsband.
- Gescheurde achillespees (achillespeesruptuur): plotse scheur van de achillespees, vaak tijdens sport.
- Gebroken hiel (calcaneusbreuk): breuk van het hielbeen, meestal na een val van hoogte.
- Jones-fractuur: breuk van het 5e middenvoetsbeentje.
- Lisfranc-letsel (breuk middenvoet): breuk en/of ontwrichting van de middenvoet.
- Gebroken teen (teenfractuur): meestal na een stoot of val van een voorwerp op de voet.
Mogelijke oorzaken
Een breuk of ernstig letsel kan op veel manieren ontstaan. De aard van het ongeval — én je leeftijd en algemene gezondheid — bepalen vaak welk letsel je oploopt en hoe ernstig het is.
- Sport- en hobbyongevallen
Skiën, fietsen, klimmen, voetbal en mountainbike zijn klassieke oorzaken van fracturen en pees- of bandletsels. Een verkeerde landing, een directe schop of een val tijdens contactsport kan leiden tot een breuk of luxatie. - Val van eigen hoogte
Vooral bij oudere patiënten leidt een ogenschijnlijk onschuldige val tot ernstige breuken (heup, pols, schouder). Door osteoporose worden de botten brozer, waardoor er ook bij beperkte impact al een fractuur kan ontstaan. - Verkeersongevallen
Auto-, motor-, fiets- en e-step-ongevallen zorgen vaak voor hoog-energetische letsels — meervoudige breuken, bekken- of onderbeenfracturen, of pees- en zenuwschade. Hoe sneller een goede diagnose, hoe beter de uitkomst. - Val van hoogte of arbeidsongeval
Een val van een ladder, dak of trap geeft typisch hiel-, enkel- of wervelletsels. Klem- of stootletsels in de werkomgeving (machines, gereedschap, vallend materiaal) zijn een andere veel voorkomende oorzaak. - Stoot- of klemletsel
Een vinger in de deur, een hamer op de duim, een schop tegen de teen: de schade lijkt klein, maar onderhuids kan er wel degelijk een breuk of peesletsel zitten — zeker als pijn en zwelling aanhouden.
Hoe onderzoekt de arts
Bij elk trauma start de arts met een grondig gesprek en een lichamelijk onderzoek. Daarna volgt — afhankelijk van het type letsel — gericht beeldvormend onderzoek.
- Vraaggesprek (anamnese)
Je arts vraagt hoe het ongeval gebeurde, welke krachten erop inwerkten en welke klachten je nadien voelde. Ook eerdere letsels, medicatie (bv. bloedverdunners) en algemene gezondheid komen aan bod. - Klinisch onderzoek
De arts beoordeelt de pijnpunten, zwelling, doorbloeding, sensibiliteit en bewegingsmogelijkheid. De stabiliteit van het gewricht wordt voorzichtig getest. - Beeldvorming
Om een goed beeld te krijgen volgt vaak één of meer van onderstaande onderzoeken:- RX (röntgenfoto): het standaardonderzoek bij vermoeden van een breuk. Meestal worden minstens twee opnames gemaakt onder verschillende hoeken.
- CT-scan: aangewezen bij complexe of niet-zichtbare breuken — bv. een scaphoidbreuk, een bekkenbreuk of een gewrichtsbreuk waarvan we de fragmenten in kaart moeten brengen vóór een operatie.
- MRI (NMR): onmisbaar bij vermoeden van pees-, band- of meniscusletsel (achillespees-ruptuur, polsbandscheur, kniebandletsel). Toont ook stressfracturen die op een gewone RX niet zichtbaar zijn.
- Echografie: handig bij oppervlakkige peesletsels en om dynamisch te onderzoeken (bv. bij vermoeden van een achillespees-ruptuur).
- Labo-onderzoek: bij open wonden of vermoeden van infectie wordt soms een bloedstaal genomen.
Wat kun je zelf al doen?
Tot je bij de arts bent, kan je zelf al een aantal dingen doen om de schade te beperken en het herstel een goede start te geven.
- Rust geven: leg het getroffen lichaamsdeel stil en vermijd belasting. Loop niet door op een mogelijk gebroken voet en gebruik je arm niet om iets op te tillen.
- Koelen: leg ijs (in een doek gewikkeld) op de zwelling, in periodes van 15 tot 20 minuten. Beperkt de zwelling en pijn in de eerste 48 uur.
- Compressie: wikkel een elastisch verband stevig maar niet te strak om de zwelling — als vingers of tenen wit, blauw of gevoelloos worden, zit het te strak.
- Hooghouden: leg de gewonde arm of het gewonde been hoger dan het hart. Dit helpt de zwelling afnemen.
- Pijnstilling: paracetamol is meestal voldoende. Ontstekingsremmers (ibuprofen) kunnen helpen, maar overleg eerst met je huisarts — zeker als je bloedverdunners gebruikt.
- Niet zelf "rechtzetten": probeer een verschoven gewricht of duidelijk misvormd ledemaat nooit zelf in de juiste stand te brengen — laat dit aan de arts of spoedarts over.
- Voorbereiden op je raadpleging: breng beelden en verslagen van eerdere onderzoeken mee (RX, CT, MRI op cd of digitale link), je medicatieoverzicht, identiteitskaart en SIS-kaart. Noteer wanneer en hoe het ongeval gebeurde — kleine details kunnen belangrijk zijn voor de diagnose.
Wanneer naar de arts?
Ga zo snel mogelijk naar de spoeddienst of een arts wanneer je één of meer van deze signalen ervaart:
- Een arm, been, vinger of teen die zichtbaar in een verkeerde stand staat.
- Hevige pijn die niet wegtrekt en verergert bij elke beweging.
- Een ledemaat dat je niet meer kunt belasten of bewegen.
- Gevoelloosheid, tintelingen of een koude, bleke huid onder het letsel — dit kan wijzen op zenuw- of bloedvatschade.
- Een open wonde waarbij bot door de huid steekt: dit is steeds een spoedgeval.
- Hevige zwelling of bloeduitstorting na een hoog-energetisch trauma (auto, motor, val van hoogte): zelfs zonder breuk kan er inwendig letsel zijn.
- Een knappend gevoel met direct verlies van kracht of beweging (typisch bij achillespees-, biceps- of kniepees-ruptuur).
Bij twijfel is het altijd beter om je arts of de spoedgevallendienst te contacteren. Een breuk die binnen 24 tot 72 uur correct wordt vastgesteld en behandeld, geneest doorgaans veel beter dan een breuk die pas later wordt herkend.
Behandeling en herstel
Welke behandeling het meest aangewezen is, hangt af van het type breuk of letsel, je leeftijd, je algemene gezondheid en je activiteitsniveau. We kiezen samen met jou voor de aanpak die je beste herstelkansen biedt met zo min mogelijk hinder.
- Niet-operatieve behandeling (conservatief)
Gips, brace of orthese om het letsel rust te geven gedurende 3 tot 8 weken. Bij eenvoudige verstuikingen volstaat soms functionele tape. Pijnstilling, koelen en hooghouden helpen de zwelling beperken. - Osteosynthese (botstabilisatie)
Bij verschoven of instabiele breuken plaatsen we platen, schroeven, pennen of een mergpen om de breukstukken stabiel te fixeren tot ze genezen zijn. Het type fixatiemateriaal hangt af van waar de breuk zit. - Pees- en bandherstel
Bij gescheurde pezen of banden (achillespees, polsband, kniepees) is een hechting of reconstructie soms aangewezen — in andere gevallen geeft een combinatie van immobilisatie en intensieve kine het beste resultaat. - Plaatsing van een prothese
Bij sommige heup- of schouderbreuken bij oudere patiënten kiezen we voor een prothese in plaats van fixatie. Dit geeft snellere belasting en mobilisatie — belangrijk om verlies van zelfstandigheid te vermijden. - Revalidatie en herstel in fasen
Het herstel verloopt in stappen: acute fase (week 0–2, pijn en zwelling onder controle), vroege herstelfase (week 2–6, botgenezing en wondherstel), late herstelfase (week 6–12, actieve kine voor kracht en mobiliteit) en geleidelijke terugkeer naar werk, sport en hobby's. Voor contactsport of zware fysieke arbeid is dit 3 tot 6 maanden, voor complexe breuken soms langer.
Bij elke ingreep bespreken we vooraf welke techniek we gebruiken, welk type verdoving het meest geschikt is en hoe het nazorgtraject eruitziet. Tijdens de opvolgconsultaties controleert je arts via klinisch onderzoek en — indien nodig — controle-RX de botgenezing en de evolutie.
Conclusie
Een breuk of zwaar letsel verstoort je dagelijkse leven plots en soms voor lange tijd. Bij Orthopedie Turnhout begeleidt een ervaren ploeg orthopedisch chirurgen je doorheen het volledige traject — van de eerste raadpleging na een breuk tot de finale terugkeer naar sport, werk of je gewone activiteiten. We werken nauw samen met de spoeddienst voor een vlotte opvang van acute letsels, en zorgen voor een naadloze overgang naar onze raadpleging voor de verdere opvolging. Hoe sneller je het juiste onderzoek krijgt, hoe groter de kans op een vlot en volledig herstel.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

.png)