Knie
Unicondylaire knieprothese
Bij een halve knieprothese vervangt de chirurg maar één deel van je knie. Lees wanneer dat kan, hoe de ingreep verloopt en hoe je herstel verloopt.
Inhoud
Unicondylaire knieprothese
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is een unicondylaire knieprothese?
Bij een unicondylaire knieprothese vervangt de chirurg alleen het versleten deel van je knie. Je knie bestaat uit drie delen, die artsen compartimenten noemen: het binnenste deel, het buitenste deel, en het deel tussen je knieschijf en je dijbeen. Blijft de slijtage beperkt tot één compartiment, dan hoeft de rest niet vervangen te worden.
In de volksmond heet dit een halve knieprothese. Je behoudt twee derde van je eigen knie, en ook je voorste en achterste kruisband blijven op hun plaats. Alleen het versleten kraakbeen in het aangetaste deel wordt vervangen door metalen onderdelen, van elkaar gescheiden door een slijtvaste kunststof.
Doordat je kruisbanden en twee van de drie compartimenten behouden blijven, blijft de natuurlijke manier van bewegen van je knie beter bewaard dan bij een totale knieprothese. Of je dat zelf ook zo ervaart, verschilt van persoon tot persoon.
Wat blijft er behouden bij een halve prothese? Je kruisbanden zorgen niet alleen voor stabiliteit. Ze geven je hersenen ook voortdurend door in welke stand je knie staat. Blijven ze behouden, dan blijft dat gevoel voor je eigen knie beter bewaard. Daar komt bij dat de ingreep kleiner is, waardoor je herstel vlotter verloopt, en dat er weinig bot wordt weggenomen. Daar staat tegenover dat een halve prothese gemiddeld minder lang meegaat dan een volledige. Verderop lees je wat dat betekent.

Wanneer komt een halve knieprothese in aanmerking?
De belangrijkste voorwaarde is dat de slijtage zich echt tot één compartiment beperkt. Is de knieartrose verspreid over meerdere delen van je knie, dan biedt een halve prothese te weinig winst en is een totale knieprothese de betere keuze.
Daarnaast kijkt de orthopedist naar een aantal andere zaken:
- Zijn je kruisbanden nog intact en is je knie stabiel?
- Is de scheefstand van je been beperkt en nog corrigeerbaar?
- Plooit je knie nog ruim voldoende en kan je ze bijna volledig strekken?
- Zit de pijn duidelijk aan één zijde van je knie?
Net als bij een volledige prothese opereren we pas wanneer de pijn en de bewegingsbeperking je dagelijks leven blijven hinderen, en wanneer medicatie, kinesitherapie en eventueel infiltraties onvoldoende helpen.
Een halve prothese is geen goede keuze wanneer meerdere compartimenten versleten zijn, wanneer je kruisbanden beschadigd zijn, of wanneer je knie sterk scheefstaat of te stijf is. In die gevallen is een totale prothese de duurzamere oplossing.
Welke klachten horen erbij?
Slijtage in één compartiment geeft klachten die je meestal aan één zijde van je knie kan aanwijzen. Vaak is dat de binnenzijde, want daar treedt slijtage het vaakst op.
- Pijn die je duidelijk aan de binnen- of aan de buitenzijde van je knie kan aanwijzen
- Pijn bij stappen, traplopen en langdurig rechtstaan, die in rust verbetert
- Ochtendstijfheid die na wat bewegen weer wegtrekt
- Een been dat geleidelijk scheefzakt naar een O-stand of een X-stand
- Zwelling die terugkeert na inspanning
Zit de pijn overal rond je knie, of ook achter je knieschijf, dan wijst dat eerder op slijtage in meerdere compartimenten.
Hoe bereid je je voor op de operatie?
Het voortraject is hetzelfde als bij een volledige prothese. Tijdens de raadpleging bespreekt de orthopedist het verloop van je klachten en de behandelingen die je al kreeg. Bij het lichamelijk onderzoek krijgt de stabiliteit van je banden extra aandacht: bij een halve prothese moeten je eigen banden hun werk blijven doen. Een röntgenfoto in staande houding toont in welk compartiment het kraakbeen verdwenen is en hoe je been staat. Soms vraagt de arts een bijkomende opname om zeker te zijn dat de andere compartimenten gezond zijn.
Naast de gewone röntgenfoto maken we ook een opname van je volledige been, van heup tot enkel. Zo zien we precies hoe je been staat.
Daarnaast controleren we je algemene toestand met een bloedonderzoek en een hartfilmpje. Dat gebeurt bij je huisarts, en waar nodig bij de anesthesist of bij je eigen specialist. Heb je tandproblemen, dan ga je eerst bij de tandarts langs.
Thuis regel je best vooraf wat hulp voor de eerste week, en haal je losse tapijten en drempels weg.
Hoe verloopt de operatie?
De chirurg maakt een insnede aan de voorzijde van je knie van ongeveer vijftien centimeter — kleiner dan bij een volledige prothese. Het resterende kraakbeen en een zo dun mogelijk laagje bot in het aangetaste compartiment worden weggenomen. Daarna komen de nieuwe glijvlakken op hun plaats. De ingreep duurt doorgaans zestig minuten.
De andere twee compartimenten en beide kruisbanden blijven onaangeroerd. Precies dat maakt de ingreep kleiner: er wordt minder bot weggenomen en er raakt minder gezond weefsel betrokken.
De ingreep gebeurt robotgeassisteerd. Bij het begin van de operatie brengt de chirurg jouw knie driedimensionaal in beeld. Op basis daarvan maakt hij een plan op maat: hoeveel bot er weg moet, en hoe de prothese precies moet komen te zitten. De chirurg voert de ingreep vervolgens zelf uit, en het systeem bewaakt daarbij of hij binnen dat plan blijft. Bij een halve prothese telt dat extra door: er blijft weinig marge, en de nieuwe glijvlakken moeten nauwkeurig aansluiten bij het gezonde deel van je knie dat blijft staan. Uit onderzoek blijkt dat de prothese zo doorgaans nauwkeuriger geplaatst wordt. Of dat op lange termijn ook een beter resultaat geeft, is nog niet aangetoond. De chirurg bestuurt het systeem, niet omgekeerd.

Je krijgt meestal een algehele verdoving, waarbij je tijdens de operatie slaapt. Soms kiest de anesthesist voor een ruggenprik, waarbij enkel je onderlichaam verdoofd wordt. Daarnaast krijg je meestal een zenuwblok: een verdoving rond de zenuwen van je been die pijnsignalen doorgeven. Door ze tijdelijk uit te schakelen, heb je de eerste uren na de operatie veel minder pijn en kan je sneller beginnen oefenen.

Hoe verloopt je verblijf in het ziekenhuis?
Omdat de ingreep kleiner is, verloopt het herstel doorgaans vlotter dan bij een volledige prothese. Je verblijft meestal één tot drie dagen in het ziekenhuis.
Je komt nog op de dag van de operatie of de ochtend erna voor het eerst uit bed, onder begeleiding van de kinesist. Je bent klaar voor ontslag zodra je wonde droog is, je zelfstandig kan stappen en de trap op kan, en je pijn onder controle is. Bij ontslag krijg je je oefenschema, je pijnstilling, je bloedverdunning en je controle-afspraak mee.
Hoe verloopt het herstel?
Het herstel na een halve knieprothese verloopt doorgaans sneller dan na een volledige. Je knie is minder gezwollen, je spieren zijn minder aangetast en je beweeglijkheid komt vlotter terug.
De meeste mensen laten hun krukken los na één tot drie weken. Kinesitherapie loopt gemiddeld vier tot zes weken, met twee tot drie sessies per week in het begin. Ook hier draait alles rond twee dingen: je knie volledig kunnen strekken en verder kunnen plooien.
Zwelling en een warm gevoel in de knie horen bij het herstel en kunnen enkele weken tot maanden aanhouden.
Wanneer mag je weer wat?
Elk herstel verloopt anders. Dit zijn richtinggevende termijnen; je arts en je kinesist geven je persoonlijk advies.
- Douchen: zodra je wonde droog en gesloten is, meestal na ongeveer twee weken
- Autorijden: doorgaans vanaf drie tot vier weken, en pas wanneer je zonder pijn of aarzeling een noodstop kan maken
- Kantoorwerk: vaak na vier tot zes weken
- Fysiek zwaar werk: reken op twee tot drie maanden
- Fietsen, wandelen en zwemmen: meestal vanaf zes tot acht weken, zwemmen zodra de wonde volledig genezen is
- Sport: contactsporten en risicosporten vermijd je best. Andere sporten mogen in principe, in overleg met je arts
Welke complicaties zijn mogelijk?
Zoals bij elke operatie kunnen er complicaties optreden. De meeste komen zelden voor.
- Infectie van de wonde of van de prothese — bij minder dan 1 op de 100 patiënten. Raakt de prothese zelf geïnfecteerd, lees dan verder bij periprothetische infectie
- Trombose of een longembool — daarom krijg je bloedverdunning en begin je snel weer met bewegen
- Slijtage die verder gaat in de andere compartimenten, waardoor de klachten na jaren terugkeren. Dit is de complicatie die het meest eigen is aan een halve prothese
- Overmatig littekenweefsel, waardoor je knie stijver wordt. Lees meer bij arthrofibrose
- Aanhoudende pijn, ook wanneer de prothese technisch goed zit
- Loslating of slijtage van de prothese op langere termijn
- Een breuk in het bot naast de prothese, meestal na een val. Lees meer bij breuk rond kunstknie
- Schade aan bloedvaten of zenuwen rond de knie — zeldzaam
- Een hartprobleem of een herseninfarct — nog zeldzamer. De voorbereidende onderzoeken dienen net om dat risico in te schatten
Neem contact op met de dienst wanneer je koorts krijgt, wanneer je wonde rood wordt, gaat lekken of opnieuw pijnlijk wordt, of wanneer je kuit dik en pijnlijk wordt.
Hoe lang gaat een halve knieprothese mee?
Een halve knieprothese gaat lang mee, maar gemiddeld minder lang dan een volledige. Ongeveer acht op de tien halve knieprothesen zitten na tien jaar nog op hun plaats. Dat is een gemiddelde uit grote groepen patiënten, geen voorspelling voor jouw knie.
Het verschil met een volledige prothese heeft vooral te maken met wat er níet vervangen is: de slijtage kan zich na jaren uitbreiden naar de andere compartimenten. Ongeveer twee op de tien patiënten krijgt daardoor binnen tien jaar alsnog een totale knieprothese. Die omzetting is technisch goed uitvoerbaar, precies omdat er bij de eerste operatie weinig bot is weggenomen. Het blijft wel een tweede operatie, met opnieuw een herstelperiode en de bijbehorende risico's.
Je komt op controle na ongeveer zes weken, na drie maanden en na een jaar. Daarna volstaat een controle om de drie tot vijf jaar, telkens met een röntgenfoto.
Hoe zorg je goed voor je halve knieprothese?
De afspraken zijn dezelfde als bij een volledige prothese. Blijf bewegen en let op je gewicht — elke kilo minder is minder druk op je knie. Meld altijd dat je een knieprothese hebt bij koorts, bij een vermoeden van infectie en bij elk tandheelkundig ingreepje, want bacteriën kunnen via het bloed je kunstgewricht bereiken. Bij een tandingreep is preventief antibiotica aangewezen, meestal ongeveer een uur vooraf. Je arts beoordeelt of dat voor jou geldt en welk middel je krijgt.
Blijf oefenen, ook als het beter gaat. Sterke bovenbeenspieren nemen werk over van je knie en beschermen de compartimenten die je nog zelf hebt.
Twijfel je over iets aan je knie? Neem gerust contact op met de dienst.
Dr. William Colyn, orthopedisch chirurg (knie-unit) — Orthopedie Turnhout · RIZIV 1-49509-65-480 · Laatst nagelezen: 30-07-2026
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Jouw arts(en)
Veel gestelde vragen
Wat is het verschil tussen een halve en een volledige knieprothese?
Bij een halve knieprothese vervangt de chirurg maar één van de drie delen van je knie, en blijven je kruisbanden en de andere twee delen behouden. Bij een volledige prothese worden alle glijvlakken vervangen. Een halve prothese kan alleen wanneer de slijtage zich tot één deel beperkt.
Kom ik in aanmerking voor een halve knieprothese?
Dat hangt vooral af van de vraag of je slijtage zich tot één compartiment beperkt. Daarnaast kijkt de orthopedist of je kruisbanden intact zijn, of je knie stabiel is en voldoende plooit, en of de scheefstand van je been beperkt blijft. Een röntgenfoto in staande houding brengt dat in beeld.
Hoe lang gaat een halve knieprothese mee?
Ongeveer acht op de tien halve knieprothesen zitten na tien jaar nog op hun plaats. Dat is een gemiddelde uit grote groepen, geen voorspelling voor jouw knie. Je leeftijd, je gewicht en de belasting spelen mee.
Kan een halve knieprothese later een volledige worden?
Ja. Ongeveer twee op de tien patiënten krijgt binnen tien jaar alsnog een volledige knieprothese, meestal omdat de slijtage zich uitbreidt naar de andere compartimenten. Die omzetting is technisch goed uitvoerbaar, precies omdat er bij de eerste ingreep weinig bot is weggenomen. Het blijft wel een tweede operatie, met opnieuw een herstelperiode.
Verloopt het herstel sneller dan bij een volledige knieprothese?
Meestal wel. Je verblijft korter in het ziekenhuis, je laat je krukken sneller los en je knie is minder gezwollen. Reken op één tot drie weken krukken en vier tot zes weken kinesitherapie, tegenover enkele weken meer bij een volledige prothese.


