Knie
Trochleaire dysplasie
Trochleaire dysplasie is een te ondiepe groef voor de knieschijf en verhoogt het luxatierisico. Lees over diagnose en behandeling.
Inhoud
Trochleaire dysplasie
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Trochleaire dysplasie is een aangeboren afwijking waarbij de groeve (trochlea) in het dijbeen — de gleuf waar de knieschijf doorheen glijdt bij het buigen en strekken van de knie — te ondiep, te vlak of abnormaal gevormd is. Normaal geleidt deze groeve de knieschijf stabiel doorheen de beweging; bij trochleaire dysplasie ontbreekt deze geleiding gedeeltelijk of volledig, waardoor de knieschijf gemakkelijk naar buiten kan schuiven.

Trochleaire dysplasie is een van de belangrijkste onderliggende factoren voor herhaalde knieschijfluxaties en patellofemorale pijnsyndroom. De ernst varieert: bij milde vormen is er enkel een afgeplatte groeve, bij ernstige vormen is de groeve volledig afwezig of zelfs bol.
Bij wie komt het voor?
Trochleaire dysplasie is een aangeboren aandoening die in de groeifase ontstaat. De afwijking wordt dikwijls pas ontdekt wanneer de patiënt klachten ontwikkelt — doorgaans in de tienerjaren of vroege volwassenheid — bij een eerste of herhaalde knieschijfluxatie.
Factoren die het risico verhogen:
- Aangeboren aanleg (erfelijke component mogelijk)
- Gelijktijdig aanwezige onderliggende factoren zoals een hoog gelegen knieschijf of patellofemorale instabiliteit
- Vrouwelijk geslacht en jonge leeftijd
- Eerste knieschijfluxatie als trigger voor de diagnose
Wat zijn de symptomen?
Trochleaire dysplasie op zichzelf veroorzaakt geen directe pijn — de klachten ontstaan wanneer de knieschijf door de ondiepe groeve instabiel wordt of uit haar kom schiet.
Klachten die optreden:
- Herhaalde luxaties of subluxaties van de knieschijf
- Een gevoel van onzekerheid bij draaibewegingen of springen
- Pijn achter of rondom de knieschijf, met name bij traplopen en hurken
- Zwelling van de knie na een luxatie
- Angst voor bepaalde bewegingen door eerder doorgemaakte luxaties
Hoe stelt de arts de diagnose?
1. Anamnese (vraaggesprek)
De orthopedisch chirurg vraagt naar de voorgeschiedenis van knieschijfluxaties, de leeftijd bij de eerste luxatie, de frequentie van herval en de manier waarop de knie uit de kom schiet. Herhaalde luxaties bij een jonge patiënt zijn een sterke aanwijzing voor een aanlegfactor.
2. Klinisch onderzoek
Bij het lichamelijk onderzoek beoordeelt de arts de stand van de knieschijf, de beweeglijkheid en de mate van vrees bij het opzij verschuiven van de knieschijf. Een gemakkelijk te verschuiven knieschijf zonder weerstand is kenmerkend voor trochleaire dysplasie.
3. Technische onderzoeken
Een röntgenfoto van de knie in zijaanzicht kan een afgeplatte of bolvormige groeve tonen — dit is kenmerkend voor trochleaire dysplasie. Een MRI-scan en een CT-scan geven een gedetailleerder beeld van de vorm en diepte van de groeve en de positie van de knieschijf, en zijn onmisbaar voor de planning van een eventuele operatie.
Wanneer naar een volgende stap?
Heb je last van herhaalde knieschijfluxaties of instabiliteit? Maak een afspraak bij Orthopedie Turnhout voor een correcte diagnose en persoonlijk behandeladvies.
Behandeling
We behandelen op maat. De chirurg bespreekt samen met jou welke aanpak het beste bij jouw klachten en de ernst van de dysplasie past.

Conservatieve behandeling
Bij milde dysplasie of bij patiënten met beperkte klachten kan kinesitherapie de spieren rondom de knie en heup versterken om de knieschijf beter te stabiliseren. Een brace of taping kan tijdelijk ondersteuning bieden. Conservatieve behandeling lost de anatomische afwijking niet op, maar kan de klachten beheersen.
Operatieve behandeling
Bij ernstige dysplasie met herhaalde luxaties is een operatieve correctie aangewezen. De meest gerichte ingreep is een verdieping van de groeve in het dijbeen via een kijkoperatie (artroscopie) of een kleine open ingreep: de chirurg herstelt de groeve zodat de knieschijf opnieuw stabiel kan bewegen. Afhankelijk van de betrokken onderliggende factoren worden aanvullende ingrepen uitgevoerd, zoals een reconstructie van de binnenste knieschijfband of een correctie van de beenstand.
Na de operatie volgt een intensief kinesitherapie programma. Terugkeer naar sport is doorgaans mogelijk na zes tot twaalf maanden, afhankelijk van de gecombineerde ingrepen.
Prognose
Bij een correcte operatieve aanpak die alle aanwezige onderliggende factoren oplost, is de prognose doorgaans goed. Herhaalde luxaties worden sterk verminderd of volledig voorkomen. Zonder behandeling neemt de kans op kraakbeenschade en artrose op lange termijn toe door de aanhoudende instabiliteit.
Conclusie
Trochleaire dysplasie is een aangeboren afwijking van de knieschijf groeve die herhaalde luxaties en instabiliteit veroorzaakt. Bij ernstige vormen is een operatieve verdieping van de groeve de aangewezen behandeling, dikwijls gecombineerd met reconstructie van de binnenste knieschijfband. Een CT-scan is onmisbaar voor de operatieplanning. Zonder behandeling vergroot de kans op knieartrose.
Dr. William Colyn, orthopedisch chirurg (knie-unit) — Orthopedie Turnhout · RIZIV 1-49509-65-480 · Laatst bijgewerkt: 31-07-2026
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Jouw arts(en)
Lees ook
Veel gestelde vragen
Wat is het verschil tussen trochleaire dysplasie en een normale knieschijfluxatie?
Bij een gewone knieschijfluxatie is de groeve normaal maar scheurt de band aan de binnenzijde. Bij trochleaire dysplasie is de groeve zelf te ondiep, waardoor de knieschijf structureel minder goed vastgehouden wordt en herhaalde luxaties optreden zonder grote kracht.
Kan trochleaire dysplasie zonder operatie behandeld worden?
Milde vormen met beperkte klachten kunnen conservatief worden behandeld via kinesitherapie en een brace. Bij ernstige dysplasie met herhaalde luxaties is een operatieve correctie noodzakelijk om de groeve te verdiepen en de instabiliteit op te lossen.
Hoe wordt de groeve van de knieschijf chirurgisch verdiept?
Via een ingreep herstelt de chirurg de groeve door het bot en kraakbeen te hervormen zodat de knieschijf opnieuw goed geleidt. De ingreep wordt dikwijls gecombineerd met een reconstructie van de binnenste knieschijfband voor een volledig stabiel resultaat.
Kan trochleaire dysplasie leiden tot artrose?
Ja. Bij aanhoudende instabiliteit en herhaalde luxaties neemt de kraakbeenschade toe, wat het risico op artrose op lange termijn verhoogt. Tijdige correctie van de dysplasie beperkt dit risico.
Is trochleaire dysplasie erfelijk?
Er zijn aanwijzingen voor een erfelijke aanleg, maar de exacte oorzaak is niet volledig bekend. De aandoening kan voorkomen bij meerdere familieleden, maar niet elke drager ontwikkelt klachten.


