Hand & pols
Zenuwletsels in de pols
Zenuwletsels in de pols geven pijn, tintelingen en krachtsverlies. Lees hoe zenuwletsels pols worden onderzocht en behandeld.
Inhoud
Zenuwletsels in de pols
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Zenuwletsels in de pols zijn beschadigingen van de belangrijke handzenuwen ter hoogte van de polsregio. In de pols verlopen drie grote zenuwen naar de hand: de nervus medianus (middenhandszenuw) aan de palmzijde, de nervus ulnaris (elleboogszenuw) aan de pinkzijde en de nervus radialis (spaakbeenzenuw) aan de duimzijde. Een letsel in de pols – bijvoorbeeld door een diepe snijwonde of een ongeval – kan deze zenuwen aantasten. Hierdoor ontstaat uitval van gevoel en beweging in (een deel van) de hand. Een zenuwletsel in de pols is een ernstig probleem: je kunt bepaalde vingers niet meer goed bewegen en voelt deels niets meer in de hand.

Bij wie komt het voor?
Zenuwletsels in de pols komen voornamelijk voor bij:
- Snij- of glasschervenverwondingen: bijvoorbeeld iemand die door een ruit gaat of zich snijdt aan glas. De pols is kwetsbaar omdat de zenuwen daar redelijk oppervlakkig liggen.
- Diepe wonden door scherpe voorwerpen: zoals een messteek of een andere scherpe penetrerende verwonding in de polsregio.
- Ernstige polsbreuken of luxaties: in zeldzame gevallen kan bij een complexe breuk of ontwrichting van de pols een zenuw opgerekt of geplet raken.
- Operaties of medische ingrepen: zeer zelden ontstaat een zenuwletsel in de pols als complicatie bij een operatie (bijvoorbeeld een litteken dat later een zenuw inkapselt).
Wat zijn de symptomen?
De klachten hangen af van welke zenuw is aangedaan en of deze volledig of gedeeltelijk doorgesneden is:
- Nervus medianus letsel: dit geeft gevoelloosheid in de duim, wijsvinger, middenvinger en helft van de ringvinger aan de handpalmzijde. Daarnaast kun je moeilijkheden hebben met het buigen van de duim en vingers en het oppakken van kleine voorwerpen (grijpen met de duim gaat niet goed). Je duimmuis kan na verloop van tijd dunner worden door spierafname (atrofie).
- Nervus ulnaris letsel: hierbij verlies je gevoel in de pink en halve ringvinger, vooral aan de palmzijde. Ook raak je kracht kwijt bij knijpen; de fijne handmotoriek (zoals typen of iets opscheppen met een lepel) wordt lastig. Vaak ontstaat een zogeheten klauwhand: de ringvinger en pink staan in rust wat gebogen door uitval van enkele handspieren.
- Nervus radialis letsel: hierbij verlies je gevoel thv de handrug aan de duimzijde van de hand.
- Combinatie van zenuwletsels: soms raken beide zenuwen in de pols beschadigd (bij zeer diepe verwondingen). Dan zie je een combinatie van bovenstaande symptomen: uitgebreide gevoelloosheid en vrijwel alle handspieren die uitvallen, wat resulteert in een ernstige functiestoornis van de hand.
- Pijn of tintelingen: direct na het letsel kun je scherpe pijn of schokjes voelen op de plek van de zenuwbeschadiging. Daarna is het gevoel meestal verminderd of afwezig in het verzorgingsgebied van de zenuw.

Hoe stelt de arts de diagnose?
Bij een vermoeden van zenuwletsels in de pols zal de arts:
- Anamnese of vraaggesprek: De arts vraagt naar de oorzaak van de klachten en in welke regio de gevoelsstoornissen plaatsvinden.
- Klinisch onderzoek: Een zichtbare diepe snijwonde in de pols die overeenkomt met het verloop van een zenuw is een belangrijk aanknopingspunt. De arts test welke bewegingen je nog kunt maken en waar je gevoel hebt. Bijvoorbeeld: kun je de toppen van duim en pink tegen elkaar zetten (test voor nervus medianus) of kun je een vel papier klemmen tussen duim en wijsvinger (test voor nervus ulnaris). Ook wordt met een dun prikje gekeken tot waar je nog gevoel hebt.
- Beeldvorming: bij open wondes is beeldvorming minder van belang voor de zenuw zelf, maar een röntgenfoto kan gemaakt worden om te zien of er botletsel of glasresten zijn. In gesloten letsels kan een echo of MRI inzicht geven of een zenuw gekneld of doorgescheurd is.
- Aanvullend zenuwonderzoek: in een later stadium (enkele weken na het letsel) kan een EMG worden verricht om de functie van de zenuwen in de pols te beoordelen, zeker als niet duidelijk is of de zenuw geheel doorgesneden was.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Een zenuwletsel is ernstig en vereist vaak snelle medische aandacht:
- Stap 1: Acute zorg en wondverzorging.
Bij een open wond in de pols is de eerste stap het stelpen van bloeding en schoonmaken van de wonde. De hand wordt geïmmobiliseerd en je krijgt eventueel een tetanusprik en zo nodig antibiotica om een infectie te voorkomen. - Stap 2: Hechten van de zenuw. Afhankelijk van de locatie is de zenuw te herstellen. Als de zenuw(en) door zijn, zal een handchirurg zo snel mogelijk (vaak binnen 24–48 uur) de zenuwuiteinden aan elkaar hechten onder een microscoop. Soms moet er een stukje gevoelszenuw elders uit het lichaam worden genomen om een defect te overbruggen (een zenuwtransplantaat). Bij een gedeeltelijke doorsnijding zal de chirurg beschadigd weefsel opruimen en de zenuwschede sluiten.
- Stap 3: Immobilisatie en revalidatie.
Na een zenuwherstel wordt de pols en hand meestal enkele weken gespalkt om de hechting te beschermen. Hierna volgt intensieve revalidatie. Een handfysiotherapeut zal helpen de beweging en kracht terug te krijgen en complicaties zoals gewrichtsstijfheid te voorkomen. - Stap 4: Secundaire (bijkomende) operaties indien nodig. Als na een lang hersteltraject blijkt dat bepaalde functies niet terugkeren, kunnen zogenaamde herstelingrepen worden overwogen. Denk aan een peesverplaatsing om een uitgevallen spierfunctie over te nemen, of het losmaken van littekenweefsel dat de zenuw bekneld. Dergelijke ingrepen gebeuren pas vele maanden tot jaren na het oorspronkelijke letsel en alleen als functioneel herstel onvoldoende is.
Prognose
Zenuwweefsel groeit langzaam – ongeveer 1 mm per dag – dus het herstel bij zenuwletsels in de pols vergt geduld. Gevoel en beweging kunnen gedeeltelijk terugkomen, maar vaak niet volledig. Over het algemeen geldt:
- Snelle hechting geeft de beste kans op heling: als een doorgesneden zenuw binnen enkele dagen wordt gehecht, is de kans op hergroei richting de spieren en huid het grootst. Toch kan dit maanden duren en blijft het gevoel soms verminderd.
- Revalidatie is cruciaal: langdurige handtherapie is nodig om de functies zo goed mogelijk terug te krijgen en alternatieve manieren te vinden om bepaalde bewegingen te maken.
- Restklachten: ondanks optimale behandeling houden veel mensen enige blijvende uitvalsverschijnselen, zoals een tintelend gevoel in de vingers of lichte zwakte bij fijne handbewegingen. De ernst hangt af van de omvang van het letsel; bij gedeeltelijke zenuwletsel is de uitval uiteraard minder dan bij een volledige doorsnede.
- Leermogelijkheden: jonge kinderen hebben verrassend veel herstelmogelijkheid en leren beter omgaan met restschade dan oudere volwassenen. Bij volwassenen is de kans op volledig herstel kleiner, zeker als de zenuw lange tijd heeft moeten regenereren.
Conclusie
Zenuwletsels in de pols kunnen leiden tot aanzienlijke beperkingen in handfunctie en gevoel. Het is een spoedeisende situatie waarbij snelle chirurgische behandeling de beste kansen biedt op herstel. Dankzij microchirurgie kunnen doorgesneden zenuwen gehecht worden, maar het uiteindelijke herstel vergt een lang herstel en intensieve revalidatie. Met de juiste zorg en oefening is het echter mogelijk om veel handfuncties terug te winnen en zo zelfstandig mogelijk te blijven in dagelijkse activiteiten.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

