Knie
Sinding-Larsen-Johansson
Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom veroorzaakt pijn aan de onderpool van de knieschijf bij actieve jongeren. Lees over diagnose en behandeling.
Inhoud
Sinding-Larsen-Johansson
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom is een aandoening waarbij de onderpool van de knieschijf — het punt waaraan de kniepees aan de knieschijf vastgehecht is — pijnlijk en gevoelig raakt door herhaalde trekbelasting bij groeiende jongeren. Tijdens de groeispurt is het kraakbeen aan de onderpool van de knieschijf nog niet volledig verbeend. De kniepees trekt bij elke sprong en versnelling aan dit zachte kraakbeengebied, wat tot irritatie en pijn leidt.

Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom verschilt van Osgood-Schlatter: bij Osgood-Schlatter zit het probleem lager — op het botknobbelbeentje van het scheenbeen (tuberositas tibiae) waar de kniepees in het scheenbeen verankert — terwijl bij het Sinding-Larsen-Johansson syndroom het probleem hoger zit, aan de onderpool van de knieschijf zelf. Beide zijn zelflimiterende groeiaandoeningen.
Bij wie komt het voor?
Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom treft actieve jongeren tussen de tien en dertien jaar, doorgaans iets jonger dan de leeftijdsgroep bij Osgood-Schlatter. Meisjes kunnen iets vroeger aangetast worden dan jongens, overeenkomstig hun eerdere groeispurt.
Factoren die het risico verhogen:
- Actieve deelname aan springsporten (basketbal, volleybal, voetbal, turnen)
- Snelle groeispurt waarbij de kniepees de knieschijf sterk belast
- Strakke dijbeenspieren en een beperkte kniepees elasticiteit
- Herhaalde sprongbelasting bij training of wedstrijden
- Jongens iets vaker dan meisjes, maar beiden kunnen getroffen worden
Wat zijn de symptomen?
Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom veroorzaakt pijn aan de onderpool van de knieschijf, net boven het begin van de kniepees. De pijn verergert bij sport en neemt af met rust.
Klachten die optreden:
- Pijn aan de onderpool van de knieschijf bij activiteit
- Drukpijn op de onderpool van de knieschijf bij aanraken
- Pijn die verergert bij springen, rennen, traplopen en knielen
- Soms een lichte zwelling of voelbare gevoeligheid ter hoogte van de onderpool
- Verbetering van de pijn na rust; terugkeer bij hervatting van de sport
Hoe stelt de arts de diagnose?
1. Anamnese (vraaggesprek)
De orthopedisch chirurg vraagt naar de leeftijd, de sportactiviteiten en de precieze locatie van de pijn. Pijn aan de onderpool van de knieschijf bij een actieve jongere tussen tien en dertien jaar is een typische aanwijzing.
2. Klinisch onderzoek
Bij het lichamelijk onderzoek beoordeelt de arts de drukpijn op de onderpool van de knieschijf en de spanning van de kniepees. De locatie van de drukpijn — aan de onderpool van de knieschijf, en niet lager op het knobbelbeentje van het scheenbeen — maakt het onderscheid met Osgood-Schlatter.
3. Technische onderzoeken
Een röntgenfoto van de knie kan een verbrokkeling of onregelmatigheid aan de onderpool van de knieschijf tonen en sluit andere oorzaken van kniepijn uit. In de meeste gevallen is de diagnose klinisch, maar een röntgenfoto bevestigt de bevinding. Een MRI is zelden nodig.
Wanneer naar een volgende stap?
Blijft je kind pijn houden aan de onderpool van de knieschijf ondanks aangepaste sportbelasting, of gaat de pijn samen met zwelling? Maak dan een afspraak op de raadpleging. Zo sluiten we andere oorzaken uit.
Behandeling
We behandelen op maat. De aanpak van het Sinding-Larsen-Johansson syndroom is gericht op het verlichten van de klachten en het bewaren van een zo groot mogelijke sportdeelname.
Conservatieve behandeling
Net als Osgood-Schlatter is het Sinding-Larsen-Johansson syndroom een zelflimiterende aandoening die volledig overgaat na het voltooien van de groei. De behandeling richt zich op symptoomcontrole.
Kinesitherapie focust op het rekken van de kniepees en het versterken van de dijbeenspieren om de trekbelasting op de onderpool van de knieschijf te verminderen. Tijdelijke aanpassing van de sportintensiteit — minder springen en sprinten — verlicht de klachten. Koude-applicaties na sport kunnen de pijn verlichten.
Een kniebrace of taping rondom de kniepees kan bij sport tijdelijk extra ondersteuning bieden. Pijnstillers of ontstekingsremmers kunnen worden gebruikt bij hevige pijn, maar zijn geen structurele oplossing.
Operatieve behandeling
Een operatie is bij het Sinding-Larsen-Johansson syndroom zelden nodig. De aandoening gaat vrijwel altijd vanzelf over zodra de groei volledig is. In uitzonderlijke gevallen waarbij een losliggend botfragment blijvende pijn geeft na de groei, kan dit chirurgisch worden verwijderd.
Heb je kind pijn aan de onderpool van de knieschijf bij sport? Maak een afspraak bij Orthopedie Turnhout voor een correcte diagnose en persoonlijk behandeladvies.
Prognose
De prognose van het Sinding-Larsen-Johansson syndroom is uitstekend. De aandoening is zelflimiterend: zodra de knieschijf volledig verbeend is en de groeispurt voorbij is, verdwijnen de klachten. Dit is doorgaans tussen twaalf en veertien jaar, afhankelijk van de groeisnelheid. Blijvende klachten na de groei zijn zeldzaam. Het is belangrijk om onderscheid te maken met andere groeigerelateerde aandoeningen zoals patellapeestendinopathie bij volwassenen.
Conclusie
Het Sinding-Larsen-Johansson syndroom is een veelvoorkomende groeigerelateerde knieklacht bij actieve jongeren, veroorzaakt door trekbelasting van de kniepees op de onvolgroeide onderpool van de knieschijf. De aandoening is zelflimiterend en gaat over na de groei. Kinesitherapie en aanpassing van de sportbelasting verlichten de klachten. Het onderscheid met Osgood-Schlatter wordt gemaakt op basis van de locatie van de drukpijn.
Dr. William Colyn, orthopedisch chirurg (knie-unit) — Orthopedie Turnhout · RIZIV 1-49509-65-480 · Laatst bijgewerkt: 31-07-2026
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Jouw arts(en)
Lees ook
Veel gestelde vragen
Wat is het verschil tussen het Sinding-Larsen-Johansson syndroom en Osgood-Schlatter?
Beide zijn groeigerelateerde knieklachten bij actieve jongeren. Bij het Sinding-Larsen-Johansson syndroom zit de pijn aan de onderpool van de knieschijf, waar de kniepees aan de knieschijf begint. Bij Osgood-Schlatter zit de pijn lager, op het botknobbelbeentje van het scheenbeen. De leeftijd bij Sinding-Larsen-Johansson is ook iets jonger.
Gaat het Sinding-Larsen-Johansson syndroom vanzelf over?
Ja. De aandoening is zelflimiterend en verdwijnt zodra de knieschijf volledig verbeend is en de groeispurt voorbij is. Dit is doorgaans tussen twaalf en veertien jaar. Kinesitherapie en aanpassing van de belasting verlichten de klachten in de tussentijd.
Moet een jongere met dit syndroom stoppen met sporten?
Volledig stoppen is zelden nodig. Tijdelijke aanpassing van de sportintensiteit — minder springen en sprinten — is dikwijls voldoende om de klachten beheersbaar te maken. In overleg met de kinesitherapeut wordt een veilig sportprogramma samengesteld.
Hoe lang duren de klachten?
De klachten duren zolang de groeispurt aanhoudt — doorgaans enkele maanden tot een jaar. Zodra de groeizone aan de onderpool van de knieschijf verbeend is, verdwijnen de klachten vrijwel altijd spontaan.
Kan het Sinding-Larsen-Johansson syndroom samen met Osgood-Schlatter voorkomen?
Ja. Bij sommige jongeren kunnen beide aandoeningen gelijktijdig aanwezig zijn, omdat de kniepees zowel aan de onderpool van de knieschijf als aan het knobbelbeentje van het scheenbeen trekt. De behandeling is voor beide gelijk: kinesitherapie en aanpassing van de belasting.


