Schouder & elleboog
Schouderartrose (omartrose)
Schouderartrose geeft pijn en stijfheid door slijtage van het kraakbeen in het schoudergewricht. Ontdek behandelingen bij Orthopedie Turnhout.
Inhoud
Schouderartrose (omartrose)
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Schouderartrose is de geleidelijke slijtage van het kraakbeen dat de bol en de kom van het schoudergewricht bedekt. Het kraakbeen wordt dunner en ruwer. Daardoor schuren de botdelen tegen elkaar. Het lichaam vormt botuitgroeisels (osteofyten) aan de gewrichtsrand. Dit geeft pijn en bewegingsverlies.
De schouder is een kogelgewricht. De bovenarm vormt de bol en het schouderblad de kom. Bij gezonde schouders glijdt het kraakbeen soepel. Bij artrose verdwijnt die soepele glijlaag. Soms ontstaat artrose ook na een langbestaande peesscheur, zoals een cuffletsel. Verwar schouderartrose niet met frozen shoulder, waarbij vooral het gewrichtskapsel verstijft.

Bij wie komt het voor?
Schouderartrose komt vooral voor bij mensen ouder dan 60 jaar. Slijtage door veroudering is de meest voorkomende oorzaak. Toch ontstaat de aandoening soms vroeger, na een breuk, een ontwrichting of door overbelasting. Ook reumatische artrose, een ontstekingsziekte van de gewrichten, kan de schouder en het schouderkraakbeen aantasten.
De belangrijkste risicofactoren zijn ouderdom, eerdere schouderletsels en zwaar fysiek werk boven het hoofd. Een onbehandelde peesscheur verhoogt het risico, omdat de schouderkop dan slecht gecentreerd blijft. Bij sommige mensen speelt erfelijke aanleg mee. Reumatoïde artritis tast vaak meerdere gewrichten tegelijk aan.
De schouder draagt minder gewicht dan de heup of de knie. Daardoor merk je artrose hier vaak later op dan in die gewrichten. Toch komt slijtage van de schouder vaak voor op oudere leeftijd, zeker bij wie eerder een schouderletsel of een peesscheur had.
Wat zijn de symptomen?
De belangrijkste klacht is een diepe, zeurende pijn vooraan of zijwaarts in de schouder. De pijn neemt toe bij beweging en ’s nachts. Daarnaast wordt de schouder stijf en stram. Veel mensen kunnen hun arm steeds moeilijker boven het hoofd brengen of achter de rug plaatsen.
De klachten ontwikkelen zich meestal traag, over maanden tot jaren. Je merkt eerst pijn bij belasting, zoals tillen of werpen. Later doet de schouder ook in rust pijn. Soms hoor of voel je een krakend gevoel in het gewricht. Bij gevorderde artrose verstijft de schouder zo sterk dat dagelijkse taken, zoals haren kammen of een jas aantrekken, lastig worden.

Hoe stelt de arts de diagnose?
De arts stelt de diagnose schouderartrose op basis van een vraaggesprek, een lichamelijk onderzoek en beeldvorming. De combinatie van je klachten, de bewegingsbeperking en een röntgenfoto geeft meestal snel duidelijkheid. Soms is bijkomend onderzoek nodig om de peeskwaliteit te beoordelen.
1. Anamnese (vraaggesprek)
De arts vraagt naar het verloop van de pijn, de stijfheid en de invloed op je dagelijks leven. Eerdere letsels, breuken of ontwrichtingen zijn belangrijk. Ook reumatische aandoeningen in de familie komen aan bod. Zo krijgt de arts een eerste beeld van de oorzaak.
2. Klinisch onderzoek
De arts onderzoekt je schouder en test hoe ver je de arm kan bewegen. Hij voelt waar de pijn precies zit en hoort soms krakende geluiden. Ook de kracht en de stabiliteit van de schouder worden nagekeken. Zo beoordeelt de arts hoe ver de slijtage gevorderd is.
3. Technische onderzoeken
Een röntgenfoto toont de versmalde gewrichtsspleet, de botuitgroeisels en de verharding van het bot. Bij twijfel over de pezen of het kraakbeen vraagt de arts een MRI-scan of een CT-scan. Met deze beelden bepaalt de arts of de pezen rond de schouder nog intact zijn. Die informatie is belangrijk voor de keuze van de behandeling.

Wanneer naar een volgende stap?
Heb je last van aanhoudende pijn of stijfheid in je schouder? Maak een afspraak bij Orthopedie Turnhout voor een correcte diagnose en persoonlijk behandeladvies.
Behandeling
We behandelen op maat. Niet iedereen heeft dezelfde aanpak nodig. De arts bespreekt samen met jou welke behandeling het beste bij jouw klachten past. We starten altijd met de minst ingrijpende behandeling en bouwen verder op naargelang de klachten aanhouden.

1. Pijnstilling, ontstekingsremmers en leefstijl
De eerste stap is pijnstilling en ontstekingsremmers, gecombineerd met aangepaste leefstijl. Pijnmedicatie en ontstekingsremmers verminderen de pijn en de zwelling. Daarnaast helpt het om zware, bovenhoofdse belasting te beperken. Een warmtebron kan de spieren rond de schouder ontspannen.
Kinesitherapie is een belangrijk onderdeel van deze eerste fase. De kinesitherapeut leert je oefeningen die de schouder soepel en sterk houden. Sterke spieren rond het gewricht vangen een deel van de belasting op. Daardoor blijft de pijn vaak langer onder controle. Een gezond gewicht en stoppen met roken ondersteunen het herstel van weefsel en bot.
2. Infiltratie (inspuiting in het gewricht)
Wanneer pijnstilling en kinesitherapie onvoldoende helpen, kan de arts een infiltratie geven. Bij een infiltratie spuit de arts een ontstekingsremmend product (cortisone) of een hyaluronzuurpreparaat (een soort kraakbeengel) in het schoudergewricht. Dit vermindert de pijn, vaak voor enkele weken tot maanden. Soms geeft de arts een inspuiting met bloedplaatjes uit je eigen bloed (PRP). De inspuiting gebeurt soms onder echobegeleiding voor een nauwkeurige plaatsing.
Een infiltratie geneest de artrose niet, maar geeft tijdelijke verlichting. Daardoor kun je vaak weer beter oefenen met de kinesitherapeut. Je arts bekijkt op maat of een infiltratie zinvol is en hoe vaak je die best krijgt.
3. Schouderprothese (kunstgewricht)
Bij vergevorderde slijtage met aanhoudende pijn en sterk functieverlies kan een schouderprothese de beste oplossing zijn. De chirurg vervangt het versleten gewricht door een kunstgewricht. Welk type prothese geschikt is, hangt af van de slijtage en de kwaliteit van je pezen. Bij een goede pees plaatst de chirurg een anatomische prothese. Bij een onherstelbare peesscheur kiest de chirurg voor een omgekeerde prothese.

De ingreep gebeurt onder verdoving via de hals en duurt ongeveer 80 minuten. Na de operatie draag je enkele weken een draagdoek en start je met begeleide kinesitherapie. De volledige revalidatie duurt gemiddeld 3 tot 6 maanden. Het definitieve resultaat zie je doorgaans na 1 jaar. Je arts bespreekt wanneer een prothese voor jou zinvol is, meestal bij ernstige slijtage en blijvende pijn ondanks andere behandelingen.
Soms is een kijkoperatie (artroscopie) een optie bij beginnende artrose, om losse stukjes of botuitgroeisels te verwijderen. Deze ingreep stelt een prothese soms uit, maar geneest de artrose niet.
Herstel en revalidatie
Na een schouderprothese verloopt het herstel geleidelijk. De eerste weken doe je vooral passieve oefeningen onder begeleiding. Autorijden mag pas als je de arm weer veilig kunt bewegen, meestal na ongeveer 6 weken. Kantoorwerk hervat je vaak na enkele weken. Zwaar fysiek werk wordt na een schouderprothese vaak ontmoedigd.
Schouderbelastende sporten zoals tennis of volleybal zijn pas mogelijk vanaf ongeveer 6 maanden. De kinesitherapeut volgt je revalidatie nauw op en past de oefeningen aan jouw vooruitgang aan. Vraag je behandelend arts altijd om persoonlijk advies over werk en sport.
Meer lezen? Download de patiëntenbrochure Schouderprothese (pdf).
Prognose
Schouderartrose is een slijtageproces dat niet vanzelf geneest en dus een strijd die je niet kunt winnen. Met de juiste behandeling blijven de klachten vaak lang onder controle. Veel mensen functioneren jarenlang goed met pijnstilling, kinesitherapie en af en toe een infiltratie. Een prothese is pas nodig bij vergevorderde slijtage.
Een schouderprothese geeft bij de meeste patiënten een sterke pijnvermindering en betere beweging. Ongeveer 9 op de 10 patiënten is uiteindelijk erg tevreden over het resultaat. Een modern kunstgewricht gaat vaak 17 jaar of langer mee. De levensduur hangt af van je leeftijd, activiteit en botkwaliteit.
Conclusie
Schouderartrose veroorzaakt pijn en stijfheid door slijtage van het kraakbeen in de schouder. De behandeling start altijd met pijnstilling, kinesitherapie en leefstijladvies. Helpt dat onvoldoende, dan volgt een infiltratie. Bij ernstige slijtage biedt een schouderprothese uitkomst. De artsen van Orthopedie Turnhout stellen samen met jou een plan op maat op.
Dr. Rick Houben, orthopedisch chirurg, Orthopedie Turnhout · RIZIV 1-47128-21-480 · Laatst bijgewerkt: 08-10-2026
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Jouw arts(en)
Veel gestelde vragen
Wat kan ik doen tegen artrose in mijn schouder zonder operatie?
Veel mensen houden hun schouderartrose jarenlang onder controle zonder operatie. Pijnstilling en ontstekingsremmers verminderen de pijn. Kinesitherapie houdt de schouder soepel en sterk. Een infiltratie met cortisone kan de pijn tijdelijk wegnemen. Daarnaast helpen een gezond gewicht, stoppen met roken en het beperken van zware bovenhoofdse belasting.
Hoe weet ik of mijn schouderpijn door slijtage komt?
Schouderpijn door artrose is meestal diep, zeurend en neemt toe bij beweging en ’s nachts. De schouder wordt geleidelijk stijver over maanden tot jaren. Soms voel je een krakend gevoel. Een röntgenfoto bevestigt de diagnose door de versmalde gewrichtsspleet en botuitgroeisels te tonen. Pijn die plots ontstaat, wijst eerder op een peesletsel of frozen shoulder.
Wanneer is een prothese nodig bij schouderartrose?
Een schouderprothese is nodig wanneer je versleten schouder een negatieve invloed heeft op je levenskwaliteit, nachtrust en dagelijkse activiteiten. De arts overweegt een prothese pas wanneer pijnstilling, kinesitherapie en infiltraties onvoldoende helpen. De keuze hangt af van je leeftijd, je activiteit en de kwaliteit van je pezen. Je arts bespreekt samen met jou wanneer dit het juiste moment is.
Helpt kinesitherapie bij een versleten schouder?
Kinesitherapie geneest de artrose niet, maar verlicht vaak wel de klachten. De kinesitherapeut leert je oefeningen die de spieren rond de schouder versterken. Sterke spieren vangen een deel van de belasting op. Daardoor blijft de pijn vaak langer onder controle en behoud je meer beweging. Kinesitherapie is een vaste eerste stap in de behandeling.
Kan ik blijven sporten met schouderartrose?
Met schouderartrose mag je meestal blijven bewegen, maar pas je sporten aan. Lichte, schouderontlastende activiteiten zoals wandelen of fietsen blijven goed mogelijk. Zware, bovenhoofdse sporten zoals tennis of volleybal belasten het gewricht sterk. Bespreek met je arts en kinesitherapeut welke sporten passen bij jouw klachten en de graad van slijtage.


