Hand & pols
Congenitale springduim
Mijn peuter kan zijn duim niet strekken? Lees wat een congenitale springduim is en wanneer behandeling nodig is.
Inhoud
Congenitale springduim
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
De uitspraak "mijn peuter kan zijn duim niet strekken" wijst vaak op een congenitale springduim, ook wel aangeboren springduim genoemd. Dit is een aandoening bij jonge kinderen waarbij de duim vast blijft staan in een gebogen positie. De oorzaak is een verdikking (knobbel) in de buigpees van de duim, ter hoogte van het eerste vingerkootje, gecombineerd met een vernauwing van de peesschede (het A1-pulley). Hierdoor kan de pees niet soepel heen en weer glijden en “klikt” de duim als het ware vast. Bij oudere kinderen en volwassenen heet dit een triggerfinger of springduim, maar bij een baby of peuter ontstaat het spontaan en wordt het een congenitale springduim genoemd.

Bij wie komt het voor?
Een congenitale springduim komt voor bij:
- Peuters en jonge kinderen: vaak wordt het opgemerkt rond de leeftijd van 1 tot 3 jaar. Baby’s hebben er bij geboorte meestal nog geen last van; het ontstaat in de eerste levensjaren.
- Het komt iets vaker voor aan beide handen (bij ~25% van de kinderen met deze aandoening).
- Er is geen duidelijk verschil tussen jongens en meisjes in voorkomen.
- De oorzaak is niet geheel duidelijk; het is geen gevolg van een trauma. Mogelijk speelt een ontwikkelingsstoornis van de peesschede een rol.
- Soms komt het binnen een familie vaker voor, maar meestal is het toevallig.
Wat zijn de symptomen?
Ouders merken vaak als eerste dat hun peuter zijn duim niet kan strekken:
- Vastzittende duim: de duim van het kind zit voortdurend in een gebogen stand (in buigstand van het eindkootje). Je krijgt het topje met moeite recht en als het al lukt, klikt het vaak terug naar gebogen positie.
- Knobbel in de duim: soms voel je een klein hard knobbeltje (verdikking) aan de binnenkant van de duimbasis/duimmuis. Dit is de verdikte pees.
- Geen pijn: over het algemeen heeft de peuter er weinig tot geen pijn aan. Het beperkt alleen de beweging. Het kind zelf stoort zich er soms niet aan en gebruikt de andere hand of houdt de duim gewoon gebogen.
- Beperkte functie: bij activiteiten merk je dat de duim niet meehelpt. Bijvoorbeeld bij het grijpen van objecten gebruikt het kind voornamelijk de vingers en niet de duim zoals gebruikelijk.
- Klikken: in sommige gevallen kan de duim met zachte dwang wel gestrekt worden en hoor/voel je een klik; daarna schiet hij echter weer terug in buiging.
Hoe stelt de arts de diagnose?
De arts kan vaak eenvoudig de diagnose van een congenitale springduim stellen:
- Anamnese of vraaggesprek
De arts hoort van de ouder(s) dat de peuter zijn duim niet kan strekken. De arts bevraagt of het kind klachten ondervindt bij dagelijkse handelingen/grijpbewegingen. - Klinisch onderzoek:
Bij inspectie ziet hij de gebogen stand van de duim. Door te voelen aan de duimbasis kan de arts het verdikte peesknobbeltje opsporen. Dit bevestigt doorgaans de diagnose. De arts probeert de duim voorzichtig te strekken. Vaak lukt dit niet of gaat het moeizaam met een voelbare snapping (triggering). De terugveer naar gebogen positie is ook kenmerkend. - Geen beeldvorming nodig:
Meestal zijn röntgenfoto’s of echo niet nodig voor deze diagnose. Het probleem zit in de weke delen (pees en peesschede) en is klinisch duidelijk.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Er zijn twee benaderingen afhankelijk van de leeftijd van het kind en de hinder:
- Stap 1: afwachten.
Omdat sommige congenitale springduimen spontaan verbeteren, kan een korte periode van afwachten en lichte oefentherapie worden geprobeerd. - Stap 2: Operatieve release.
Als de duim na enige tijd niet goed strekt, of als het kind duidelijk functionele hinder ondervindt, wordt een kleine operatie overwogen. Dit gebeurt onder algehele narcose (het kind slaapt volledig). De chirurg maakt een sneetje in de handpalm ter hoogte van de duimbasis en knipt de ringvormige peesschede (A1 pulley) door. Hierdoor krijgt de pees weer ruimte en verdwijnt het haperen. De ingreep duurt kort en het kind mag doorgaans dezelfde dag nog naar huis. - Stap 3: Nazorg.
Na een operatieve release mag de peuter de duim al gauw weer bewegen op geleide van pijn. Er is meestal geen intensieve fysiotherapie nodig; kinderen gebruiken hun hand spontaan weer. De hechtingen lossen vanzelf op.
Prognose
De vooruitzichten zijn goed. Bij veel jonge kinderen met een congenitale springduim komt de functie spontaan terug, al kan dat een jaar of langer duren. Gezien de lange duur wordt vaak sneller overgegaan tot een ingreep. Bij patiëntjes die een operatie nodig hebben, is het resultaat vrijwel altijd goed: de duim kan daarna weer volledig gestrekt en gebogen worden. Er blijft een klein littekentje in de handpalm, maar verder zijn er geen nadelige gevolgen. Over het algemeen kan je peuter na behandeling de duim normaal gebruiken bij grijpen, wijzen en alle andere bewegingen.
Conclusie
Een congenitale springduim is een onschuldige aandoening en gaat vaak vanzelf voorbij. Mocht een ingreep toch nodig zijn, is dit een kleine operatie met uitstekende resultaten. Na verloop van tijd zal je kind zijn duim weer vrij kunnen bewegen en net zo moeiteloos gebruiken als zijn andere vingers, zonder pijn of beperkingen.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

